Het creëren van een digitale circulariteits-vingerafdruk voor producten

Wanneer van gebouwen wordt beweerd dat ze ‘circulaire’ producten bevatten, hoe weet u dan of deze bewering daadwerkelijk gaat over circulariteitsgegevens? Zoals drempelwaardes voor de compositie, recyclebaarheid en de gerecyclede inhoud? Is iets ontworpen met demontage in gedachten, zodat u er waarde uit zou kunnen terugwinnen? Tot op heden vertrouwen eigenaren, aannemers en investeerders op schattingen van een hoog abstractieniveau, zoals certificeringen op gebouwniveau of beoordelingen op bedrijfsniveau, of op een wirwar van duurzaamheidscertificaten voor producten. Er zijn echter geen algemeen geaccepteerde gestandaardiseerde gegevens over circulariteit op productniveau. Voor veel producenten en leveranciers is het achterhalen van deze informatie een tijdrovende en dure kwestie, en de betrouwbaarheid van die informatie is niet altijd te garanderen. Bedrijfsgeheimen kunnen transparantie in de weg staan. Producenten worden zo gedwongen om verschillende datasets in verschillende bestandsformaten naar klanten en productplatformen te sturen.

Wanneer het moeilijk is om gestandaardiseerde gegevens te verkrijgen van verschillende leveranciers van bouwproducten, gebruiken overheden en digitale platformen soms “generieke” beschrijvingen van producten op basis van generieke materiaallijsten. Generieke lijsten zijn prima voor bijvoorbeeld het berekenen van het brutogewicht van bulkgoed, maar zijn onbetrouwbaar voor gerecyclede en recyclebare inhoud en de samenstelling van complexe, hoogwaardige producten in een gebouw. Het gebrek aan gedetailleerde gegevens creëert risico’s voor gebouweigenaren, bijvoorbeeld met betrekking tot de vele coatings die worden gebruikt op staal, aluminium, raamkozijnen en in interieurs, waaraan zowel de bewoners als het milieu worden blootgesteld. Zulke generieke lijsten geven meestal geen specifieke informatie over de aard van deze coatings.

Een gestandaardiseerde aanpak voor het verstrekken van circulaire informatie over afzonderlijke producten biedt uitkomst. Binnen het Circularity Dataset Initiative wordt hard gewerkt om dit te bereiken. Op initiatief van het Luxemburgse Ministerie van Economische Zaken en met de steun van adviesbureau +ImpaKT en gerenommeerde internationale industriële partijen is het Product Circularity Data Sheet (PCDS) ontwikkeld. Wat houdt het PCDS precies in? Wij spraken hierover met Jérôme Petry (Adjunct-Directeur duurzame technologieën van het Ministère de l’Économie – Luxemburg) en Thibaut Wautelet (projectleider +ImpaKT).

Wat is het PCDS precies?

Het is in ieder geval geen productpaspoort, scoringssysteem of beoordelingsmechanisme, aldus Wautelet. “In plaats daarvan is het PCDS een protocol dat platformen ondersteunt door ze te voorzien van circulariteitsgegevens. Het doel is om tijd en kosten te besparen in de hele waardeketen, of beter gezegd de ‘waardecyclus’ van de circulaire economie, door gegevens efficiënter te delen in een open format.” Op de vraag ‘Hoe?’ legt Petry uit dat het delen van deze data op drie elementen is gebaseerd: “Ten eerste is er het data-sjabloon op basis van waar/onwaar-stellingen waarmee mensen vragen kunnen beantwoorden zonder bedrijfseigen informatie vrij te geven. Ten tweede is er een leidraad met algemene definities en informatie over hoe het PCDS kan worden ingevuld. Het gestandaardiseerde systeem maakt in feite decentrale en controleerbare gegevensopslag mogelijk. Deze gegevens worden opgeslagen in de eigen database van de producent, niet in een centrale database. In de derde plaats is er het gegevensuitwisselingsplatform, dat de betrouwbare uitwisseling van gegevens mogelijk maakt tussen iemand die een PCDS aanvraagt en het bedrijf dat deze gegevens produceert.”

Is circulaire productinformatie niet reeds bekend via andere standaarden of certificeringen waarmee het PCDS kan worden verbonden?

Wautelet: “Gegevens zijn soms in delen of versnipperde vorm beschikbaar, maar allemaal in verschillende bestandsformaten. Er is echt gebrek aan een gestandaardiseerde en gecoördineerde gegevensuitwisseling binnen de gehele waardeketen. Het gebrek aan gegevens is vooral een probleem voor 95% van de leveranciers die tot het mkb behoren en zich al die certificeringen en complexe nalevingseisen niet kunnen veroorloven.” Petry: “Die uitdagingen zijn ook geïdentificeerd samen met ISO’s technische comité voor de circulaire economie (323) en zij hebben een nieuw voorstel gedaan voor een op PCDS gebaseerde standaard.”
Wat betekent het werken met het PCDS voor producenten?
Petry: “Het is een nieuwe manier van werken. Het PCDS-gegevenssjabloon bevat alleen waar/onwaar-stellingen en dus geen gedetailleerde bedrijfsgegevens. Als PCDS-gebruikers meer details willen, kunnen ze naar de betreffende producent gaan en deze gegevens op voorwaarde van geheimhouding aanvragen. Het is een manier om basisgegevens te verstrekken zonder concurrentievoordeel te verliezen. Het bestandsformaat kan gemakkelijk worden geïntegreerd in de bestaande systemen van producenten en platformen, maar het is ook beschikbaar in het zogenaamde PCDS-‘stand alone’ bestandsformaat. De gegevens kunnen worden gecontroleerd door een geaccrediteerde derde partij om informatie te valideren en vertrouwen in het systeem te creëren.” Wautelet voegt daaraan toe: “Het staat allemaal in een gemakkelijk te extraheren XML-formaat. Er is geen centrale of bedrijfseigen gegevensopslag, zodat de producenten het beheer houden over hun eigen gegevens. Bovendien is het gegevensuitwisselingsprotocol gericht op het gebruik van verbeterde API’s om te integreren met bestaande oplossingen en input van het PCDS te leveren voor een bepaalde oplossing. Dit is de vorm van samenwerking die wij zoeken samen met een platform zoals Madaster.”

Waarom is het zo aantrekkelijk voor producenten en leveranciers om over te schakelen op een gestandaardiseerde aanpak voor het aanbieden van productinformatie?

Petry en Wautelet leggen uit dat dit veel voordelen heeft, afhankelijk van het specifieke doel. Een groot voordeel is de enorme besparing aan tijd en kosten. 

Petry: “Het op één na grootste pluspunt van het delen van gestandaardiseerde circulaire gegevens over de gehele keten is het feit dat dit nieuwe circulaire bedrijfsmodellen mogelijk maakt. Het kan ook circulair ontwerpen stimuleren door producten te verbeteren, zodat meer stellingen in het PCDS het antwoord ‘waar’ krijgen.” Wautelet vertelt ook dat producenten aangeven veel voordelen te zien voor zowel interne als externe doeleinden. Denk hierbij aan een standaard manier voor het aanvullen van ontbrekende circulariteitsdata van leveranciers, nieuwe leveranciers kennis laten maken met circulair productontwerp door ze te laten zien wat er op dit gebied wordt verwacht, interactie met externe platformen en meer.

Wat maakt de inhoud van het PCDS betrouwbaar?

Petry: “PCDS-gegevens worden betrouwbaarder gemaakt door een systeem van externe audits dat parallel met de ISO-standaardisatie wordt ontwikkeld. Het mechanisme zal worden gedefinieerd op vijf verschillende niveaus, die ieder bijdragen aan een grotere betrouwbaarheid.” Wautelet voegt hieraan toe: “Om de auditkosten laag te houden kan dit worden ingepast in de reguliere duurzaamheidsaudit die veel bedrijven al laten uitvoeren. Ook geven sommige algemene nalevingseisen zoals ISO 9001 een basisgarantie over de bedrijfscapaciteit.”

Hoe vindt de gegevensuitwisseling precies plaats?

Petry en Wautelet geven aan dat de standaard meer details zal bevatten over het protocol voor gegevensuitwisseling en de vorm waarin de gegevens moeten worden opgeslagen. De nadruk zal liggen op de kwaliteit van de gegevens, de controleerbaarheid en tenslotte de veilige uitwisseling tussen vertrouwde partners. “Gegevensuitwisseling is altijd een zaak van meerdere lagen” aldus Wautelet, “dus laten we het beetje bij beetje aanpakken zodat het behapbaar blijft. Het hele PCDS is beschikbaar in een machineleesbaar XML-formaat, zodat iedere regel of de volledige set automatisch naar elk ander platform kan worden geëxtraheerd met een API, of gewoon handmatig kan worden geknipt en geplakt. De overzichten kunnen echter ook in het interne IT-systeem van de onderneming worden opgenomen, zodat — ongeacht welk systeem de onderneming gebruikt — het een PCDS volgens het standaardformaat kan genereren. Voor alle duidelijkheid: er is geen centrale database of verplichte aankoop van software. Er zouden wel add-ons kunnen zijn waarvoor moet worden betaald, maar die zijn niet essentieel voor het basis PCDS.”

Wie is momenteel betrokken bij het ontwerp en de uitvoering van het PCDS?

Petry geeft aan dat er een wereldwijde gemeenschap is van meer dan 50 bedrijven: “We krijgen regelmatig vragen van bedrijven die zich bij ons willen aansluiten. Om deze aanwas te ondersteunen wordt een non-profit structuur opgezet met het doel om de uitwerking en internationalisering van het PCDS-initiatief voort te zetten.” “Even belangrijk”, aldus Wautelet, “is de samenwerking met paspoortinitiatieven zoals het digitale productpaspoort van de EU, en certificatie-systemen zoals dat van het Cradle-to-Cradle Product Innovation Institute.” Hij benadrukt dat er ook bedrijven bij betrokken zijn die actief zijn in de Verenigde Staten en China.

Lopen er al proefprojecten waarin het PCDS wordt toegepast?

Petry vertelt dat er sinds 2020 verschillende proefprojecten zijn gestart in verschillende sectoren om het veilige gebruik van het PCDS te valideren. Wautelet geeft voorbeelden: “Het platform Cobuilder heeft duizenden klanten in Noordwest-Europa en neemt deel aan de ontwikkeling van ISO-datasjablonen. Madaster doet een proef met een PCDS voor producten verwerkt in een parkeergarage in Luxemburg. AGC Glass heeft een proefproject uitgevoerd samen met zijn leveranciers. Daarnaast zijn ook vele anderen met een proefproject begonnen, maar we zijn altijd op zoek naar meer partners om dit te doen. Er zijn geen kosten verbonden aan dergelijke proefprojecten.”

Wat is er nodig voor internationale aanvaarding van de PCDS-dataset?

Petry: “De sterke reactie vanuit het interne werkveld geeft aan hoeveel interesse er is in het opbouwen van het PCDS-ecosysteem.” Wautelet: “Het eerste wat moet gebeuren is iets daadwerkelijk op de markt brengen. Er zijn veel initiatieven in ontwikkeling, maar we hebben nu al iets basaals nodig om de komende jaren veel kosten en verwarring te voorkomen. Het hoofddoel is dus de ingebruikname van PCDS en daartoe leggen wij nu snel de laatste hand aan het machinaal leesbare format voor gegevensuitwisseling. Ondertussen zal het ISO-proces 2 à 3 jaar in beslag nemen en wij zijn bijzonder verheugd over de enthousiaste deelname van Aziatische landen, waar zo’n groot aandeel van de productie plaatsvindt. Het is veel meer dan alleen een Europese kwestie.”