Terug

Nieuw EU-kader voor GWP: waarom materiaaldata steeds belangrijker wordt

Blogs 12 mei 2026

De Europese Commissie heeft op 4 mei 2026 een nieuw berekeningskader gepubliceerd voor het berekenen van de life-cycle Global Warming Potential, ook wel WLC-GWP genoemd, van nieuwe gebouwen. Het doel hiervan is dat EU-lidstaten vergelijkbare methodieken gebruiken, met ruimte voor nationale invulling. Voor de bouw- en vastgoedsector is dit een belangrijke ontwikkeling: CO₂-impact wordt steeds meer onderdeel van hoe we gebouwen ontwerpen, beoordelen en verantwoorden.

Wat is life-cycle GWP?

Life-cycle GWP laat zien hoeveel een gebouw bijdraagt aan klimaatverandering, uitgedrukt in CO₂-equivalenten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar energiegebruik tijdens de gebruiksfase, maar naar de volledige levenscyclus van een gebouw. Denk aan de productie van materialen, transport, bouw, onderhoud, vervanging, sloop, afvalverwerking en mogelijke hergebruik- of recyclingprocessen.
Deze bredere blik is belangrijk. Een gebouw kan energiezuinig zijn in gebruik, maar tegelijkertijd veel impact hebben door de materialen die nodig zijn om het te bouwen. Door GWP over de hele levenscyclus te berekenen, ontstaat een eerlijker en completer beeld van de klimaatimpact.

Wat verandert er vanuit Europa?

Met het nieuwe berekeningskader wil de Europese Commissie zorgen voor meer uniformiteit en transparantie. Vanaf 2028 moet de life-cycle GWP worden berekend en opgenomen in energieprestatiecertificaten voor nieuwe gebouwen groter dan 1.000 m². Vanaf 2030 geldt deze verplichting voor alle nieuwe gebouwen.

Dat betekent dat betrouwbare data over materialen, producten en milieueffecten steeds belangrijker wordt. Niet alleen om te voldoen aan toekomstige rapportage-eisen, maar vooral om beter te kunnen sturen op ontwerpkeuzes, materiaalgebruik en CO₂-reductie.

Waarom dit relevant is voor Nederland

Ook in Nederland wordt gewerkt aan de invoering van deze Europese verplichting via EPBD IV. Daarmee komt de focus steeds sterker te liggen op de combinatie van energieprestatie én materiaalgebonden milieu-impact. Dat sluit aan op bestaande instrumenten zoals MPG en MKI, maar vraagt ook om een bredere blik op CO₂-impact over de volledige levenscyclus van gebouwen.

Voor Nederlandse opdrachtgevers, ontwerpers, bouwers en vastgoedeigenaren ontstaat daarmee een duidelijke kans om eerder in het proces betere keuzes te maken. Welke materialen hebben de grootste impact? Welke alternatieven zijn beschikbaar? En hoe ontwikkelt de prestatie van een gebouw of portefeuille zich over tijd?

De richting is helder: duurzaamheid wordt meetbaarder. Goede materiaal- en productdata wordt daarbij steeds belangrijker. Niet alleen voor rapportage, maar vooral om eerder te kunnen sturen op lagere milieu-impact.

Hoe ondersteunt Madaster?

Madaster helpt organisaties om materiaal- en productdata gestructureerd vast te leggen en te koppelen aan milieudata. Daarmee worden inzichten zoals MPG, MKI, MEPG en GWP meetbaar en vergelijkbaar. Het platform ondersteunt onder meer het berekenen en vergelijken van milieuprestaties, met herleidbare resultaten op gebouw- en portefeuilleniveau.

Zo wordt CO₂-impact geen losse rapportage achteraf, maar onderdeel van datagedreven besluitvorming. Van ontwerp tot beheer, en van gebouw tot portefeuille.

Het nieuwe EU-kader onderstreept wat steeds duidelijker wordt: de toekomst van duurzaam bouwen vraagt om inzicht in de volledige levenscyclus van gebouwen. Goede materiaaldata vormt daarvoor de basis.

Wil je weten hoe Madaster helpt bij het berekenen en vergelijken van milieuprestaties?
Bekijk onze pagina over MPG, MKI en MEPG.

What’s in it for me?

Where are you located?