Terug

NPCE voor gemeenten en publieke opdrachtgevers: zo vertaal je nationale doelen naar uitvoerbaar opdrachtgeverschap

Blogs 3 feb 2026

Het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) zet de richting scherp neer: Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn. Tegelijk is er een duidelijke tussenstap: het Rijk hanteert als leidend doel om in 2030 op het ‘halverwegepunt’ te zitten, vertaald als 50% reductie van het gebruik van primaire abiotische grondstoffen.

Voor gemeenten en andere publieke opdrachtgevers is dit niet alleen ‘beleid op afstand’. Juist in de rol als opdrachtgever wordt circulariteit concreet: in aanbesteden, ontwerpen, bouwen, beheren en vervangen.

Waarom publieke opdrachtgevers een versneller zijn

De publieke sector heeft simpelweg veel invloed via inkoop. Het geschatte inkoopvolume van de Nederlandse overheid liep op tot €116,2 miljard in 2023. Dat is niet alleen papier: het is marktsturing. Als jij als gemeente eenduidig uitvraagt, creëer je schaal, voorspelbaarheid en investeringszekerheid voor circulaire oplossingen. 

Waarom de gebouwde omgeving een logische focus is

Het NPCE werkt met prioritaire ketens en productgroepen. De bouwketen is daar nadrukkelijk onderdeel van (o.a. woningbouw, utiliteit, viaducten/bruggen en wegverhardingen).  

En er is ruimte om te versnellen: 

  • Tegelijk komt er in Nederland al jaren ongeveer 24 miljard kg bouw- en sloopafval vrij, waarvan 97% nuttig wordt toegepast. Dat klinkt positief, maar “nuttig” is niet automatisch “hoogwaardig”: in de praktijk verdwijnt nog veel in laagwaardige toepassingen. 

De kernkans voor gemeenten: van ‘afvalstroom’ naar ‘materiaalstroom’, en dat vraagt om opdrachtgeverschap dat materialen niet alleen toepast, maar ook terugwinbaar en aantoonbaar maakt. 

Wat NPCE in de praktijk betekent voor gemeenten

  1. Sturen per productgroep 

NPCE benadrukt sturing op productgroepen. Dat is ook voor gemeenten de meest werkbare aanpak: kies bewust waar je de meeste impact hebt. 

Voorbeelden: 

  • Bij GWW: beton (kunstwerken), asfalt/wegverharding, staal, funderingsmaterialen. 
  • Bij maatschappelijk vastgoed: casco/materialen met veel massa (beton/steen), afbouw (gips, plafonds), installaties (koper, elektronica), interieur. 

Als je per productgroep werkt, kun je: 

  • eisen standaardiseren, 
  • leveranciers beter vergelijken, 
  • en leercurves opbouwen over projecten heen. 
  1. Van ambitie naar verifieerbare contractafspraken 

Circulariteit strandt vaak niet op intentie, maar op verifieerbaarheid: wat is er precies geleverd, hoe is het onderbouwd, en hoe borg je het voor beheer en toekomstige renovatie? 

Daarom helpt het om in je uitvraag steeds drie lagen aan te brengen: 

A. Prestatie-eis: wat wil je bereiken? 
Bijvoorbeeld: “maximeer herbruikbaarheid” of “verminder primaire grondstoffen in deze productgroep”. 

B. Ontwerp-/uitvoeringsprincipes: hoe wil je dat bereiken?
Bijvoorbeeld: losmaakbaar detailniveau, modulair, minimale materiaaldiversiteit, demontageplan. 

C. Bewijslast: hoe toon je het aan?
Niet in marketingteksten, maar in data (hoeveelheden, herkomst/alternatieven, toegepaste producten/elementen, revisies). 

Dit sluit ook aan op de NPCE-lijn dat je van vrijwillig en vrijblijvend naar doelgerichter beleid moet om echt te versnellen.  

  1. Ook informatie opleveren 

Een circulaire economie vraagt dat je niet alleen een gebouw/kunstwerk oplevert, maar ook de informatie die later hergebruik mogelijk maakt: wat zit erin, waar zit het, en hoe haal je het er weer uit? 

NPCE noemt expliciet dat lokale en regionale overheden een rol spelen in het sturen op community-niveau en dat overheden elkaar nodig hebben om samen te leren en te ontwikkelen. Die leercyclus werkt alleen als je projecten afsluit met overdraagbare informatie en niet alleen met een oplevermap die na twee jaar in een archief verdwijnt. 

Oplevereisen die werken: 

  • “As-built materiaalregistratie” op elementniveau (BIM/CSV/IFC afhankelijk van project) 
  • inclusief identificatie van kritieke productgroepen (beton/staal/installaties) 
  • plus een beknopt demontage-/losmaakbaarheidsprofiel per bouwdeel 

Dat is geen extra administratie; het is de basis voor beter beheer én toekomstige circulariteit. 

Wat is er nodig om dit schaalbaar te maken?

  1. Maak materiaalinformatie een standaard onderdeel van je project  

Zonder materiaaldata is circulariteit lastig te monitoren, te vergelijken en te financieren. Met materiaaldata kun je wél: 

  • hergebruikpotentieel in beeld brengen, 
  • restwaarde/logistiek plannen, 
  • risico’s in leveringszekerheid beter managen, 
  • en aantoonbaar sturen op reductie van primaire grondstoffen (NPCE-doelrichting).  
  1. Meet eenvoudig en consequent: op een manier die past bij gemeenten 

Dit hoeft niet meteen ingewikkeld te zijn. Begin met een klein aantal indicatoren die je in elk project op dezelfde manier meet. Dan kun je leren én verbeteren. 

Kies bijvoorbeeld 3–5 vaste meetpunten, zoals:

  • aandeel secundair / hergebruikt (per productgroep) 
  • mate van losmaakbaarheid (op schaal: laag/midden/hoog met eenduidige definitie) 
  • materiaalintensiteit (massa per m² of per functie-eenheid) 
  • aantoonbaarheid (datavolledigheid / traceerbaarheid) 
  1. Marktprikkels: maak het aantrekkelijk om het goed te doen 

Vraag je om circulariteit, maar beloon of borg je het niet, dan krijg je vaak twee uitkomsten: 

  • partijen leveren het minimale, óf 
  • je krijgt mooie claims die lastig te vergelijken zijn. 

Maak je circulariteit meetbaar en toetsbaar, dan kun je het ook eerlijk meewegen in de aanbesteding én tijdens uitvoering en oplevering controleren in contractmanagement. 

Hoe Madaster hierbij kan helpen

Madaster zit precies op dat deel dat vaak het verschil maakt tussen ambitie en uitvoering: materiaaltransparantie en borging. 

Concreet kunnen materialenpaspoorten en materiaalregistratie helpen om: 

  • circulaire eisen verifieerbaar te maken (wat is toegepast, waar, hoeveel); 
  • projectinformatie door te geven aan beheer (niet opnieuw uitvinden bij renovatie); 
  • over meerdere projecten heen portefeuillesturing op te bouwen (waar zitten je grootste materiaalstromen en kansen); 
  • en hergebruik/urban mining planbaar te maken op basis van wat er daadwerkelijk in assets zit. 

Zie Madaster daarbij als: een manier om NPCE-doelen te vertalen naar een werkbare informatiebasis voor inkoop én assetmanagement. 

Conclusie: NPCE is vooral een kans voor slimmer opdrachtgeven

NPCE vraagt tempo richting 2050, met een duidelijke beweging richting 2030 en het leidende doel om primaire abiotische grondstoffen te halveren. Voor gemeenten is de meest krachtige vertaling: maak circulariteit meetbaar, verifieerbaar en overdraagbaar. Dan wordt circulair bouwen en inkopen geen extra laag, maar een betere manier van opdrachtgeven. 

Meer informatie

Meer lezen of doorpraten over materiaaltransparantie en verifieerbaar circulair opdrachtgeverschap:

Madaster – Materialenpaspoort

Madaster – Inzicht in circulariteit

Contact

Where are you located?