MATERIAALPASPOORTEN VOOR DE INSTALLATIETECHNIEK

Auteur: Casper De Schrevel, Circular Economy and Healthy Building Advisor Deerns 

Als adviseur circulaire economie en gezonde gebouwen ben ik continu op zoek naar de volgende stap om de wereld een stukje gezonder en circulairder achter te laten. Slimme oplossingen die hout snijden, logisch nadenken en open staan voor nieuwe ideeën helpen daar bij. Om de circulaire economie te versnellen is het gebruik van materialen-/gebouwenpaspoorten onmisbaar.

Deerns is als één van de Kennedy’s van Madaster betrokken geweest bij de ontwikkeling van het platform. Steeds meer bedrijven en opdrachtgevers omarmen de paspoorten voor gebouwen. Over het algemeen gaat het documenteren hiervan ook erg goed, maar het onderdeel voor de installaties blijkt vaak nog een lastig punt. Zo ervaart ook Madaster, dus tijd om de handen ineen te slaan!

IMPACT VAN INSTALLATIES

Gemiddeld genomen is de milieu-impact van installaties goed voor ongeveer 35% van het totale gebouw. Tel daar bij op dat we steeds meer techniek  inzetten om ons comfortabeler  voelen en de impact wordt nog groter. Daarbij is een extra aanvulling dat de techniek in een gebouw vaak vervangen wordt voordat het gebouw aan het einde van de levensduur is . Dit brengt extra materiaalgebruik en transportbewegingen en energieverbruik met zich mee. Het is  cruciaal om  te ontwerpen voor de lange termijn en  slimme keuzes te maken die materialen opnieuw in de cirkel brengen.

KWESTIE VAN REGISTREREN?

Registreren is zeker belangrijk, maar registreren alleen is niet genoeg. Laten wij vooropstellen dat het een onderdeel is in het grotere geheel. Het begint met een ontwerp dat losmaakbaar/demontabel is, zodat het aan het einde van de gebruiksfase opnieuw uit elkaar gehaald kan worden en  kan worden aangepast aan de eisen van de tijd. Als dat in het ontwerp meegenomen is, wil je het ook op de juiste manier documenteren. Op die manier weet je exact waar de materialen zitten en in welke hoeveelheden. Daarnaast dien je ook rekening te houden met het juiste (circulaire) materiaal en of bepaalde keuzes wel nodig zijn.

HOE ZIT HET MOMENTEEL?

Madaster maakt primair gebruik van IFC modellen (een bestandsformaat voor het uitwisselen en delen van specifieke BIM-informatie) om de informatie over een gebouw te importeren in het online platform en toont dan een aantal categorieën in het materialenpaspoort, zoals de constructie, omhulling, technische installaties, afbouw en interieur. Wanneer het gebouw of het product het einde van de gebruiksfase bereikt, is het mogelijk via het platform te achterhalen welke materialen er ‘geoogst’ kunnen worden. Door de juiste NL_SfB codering wordt een label aan het materiaal geplakt en wordt dit gedocumenteerd en gewaarborgd in het paspoort. Voor de technische installaties ontbreekt vaak de juiste informatie. Enerzijds omdat de markt deze informatie niet altijd gevraagd heeft, anderzijds omdat de keten, waarin het technische model doorgegeven wordt, nog niet goed op elkaar aansluit. Daar komt bij dat in het proces vaak nog geen uniform taalgebruik wordt toegepast. Installaties als geheel bestaan vaak uit statische materialen en mechanische (en meestal hybride) installatieonderdelen. Denk simpelweg aan kanaalwerk en luchtbehandelingskasten of leidingwerk en pompen. Statische materialen zijn relatief makkelijk en fabricaat-onafhankelijk te integreren, terwijl dit bij installatieonderdelen niet het geval is. Dit zorgt er mede voor dat niet duidelijk is op welke manier de technische installaties gecodeerd moeten worden.

HOE LOSSEN WE DIT OP?

Ons idee is, dat aan de huidige generieke objectbibliotheek materialen en NL_SfB codering (classificatie voor bouw- en installatieonderdelen) gekoppeld zitten in afgesproken parameters. Dit kan bijvoorbeeld een bibliotheek/database zijn zoals de Nederlandse Revit Standaard voorschrijft, of de uniforme objecten bibliotheek (UOB) die nu ontwikkeld wordt, of een andere generieke database. Zo kan een uniforme materialen- en productenbibliotheek ontstaan die het mogelijk maakt om op een heldere, eenduidige manier informatie over te brengen in de keten. Hiermee voorkomen we dat data mist, onbruikbaar is en/of onnodig gedocumenteerd wordt. De uiteindelijke output is belangrijk, en of/hoe/in welke vorm deze een plaats moet krijgen in de bibliotheek/database.
Om inzicht te krijgen in welke (materiaal-, product-) informatie toegekend kan worden aan generieke componenten, hebben Madaster en Deerns een enquête uitgezet bij experts op het gebied van technische installaties. Het doel is om tot een volledige lijst te komen waar BIM-modelleurs in de ontwerpfases mee aan de slag kunnen zodat technische installaties op de juiste manier in het proces vastgelegd en doorgegeven worden. Zo kunnen we de transformatie naar de circulaire bouweconomie weer een stap verder brengen.

RESULTATEN

De enquête laat zien dat door het ontbreken van informatie en de onduidelijkheid over wat, hoe en welke hoeveelheden ingevuld moeten worden, het niet helder is hoe op de juiste manier informatie geregistreerd-, en daarmee gedocumenteerd moet worden. Er is onduidelijkheid wat op welk moment nodig is. Installaties bestaan uit heel veel en heel diverse componenten, en/of ze zijn eenduidig qua eenheid maar heel complex qua samenstelling. Het is heel lastig om de lijn vast te houden van grof naar fijn, van globaal naar gedetailleerd. Kortom: er is heel veel informatie, maar deze wordt niet op het gepaste niveau en op de juiste tijd en plek gebruikt.

De eerste resultaten zijn gedeeld met de respondenten en de TVVL en zijn te in te zien via deze link. We willen nu graag samen met een aantal marktpartijen, waaronder Schneider Electric, vervolgstappen zetten om tot een eenduidige manier van documenteren te komen. Een manier die voor iedereen helder en makkelijk is. We houden je op de hoogte van de ontwikkelingen!