Fiscaal subsidievoordeel met een materialenpaspoort

De huidige tijd bewijst des te meer dat een efficiënter gebruik van grondstoffen en energie nodig is. Vooral in de bouwsector die als grootverbruiker van grondstoffen verantwoordelijk is voor 40% van de totale nationale CO2-uitstoot. Dat vraagt om slim gebruik van grondstoffen bij de bouw van nieuwe woningen, verduurzaming van bestaande gebouwen en renovatie van infrastructurele werken.

Het is van groot belang dat de toegepaste materialen en/of producten worden geregistreerd. Dit maakt niet alleen hergebruik eenvoudiger, maar levert ook nog eens waardevolle inzichten op voor iedereen. Van BIM manager tot duurzaamheidsmanager tot gebouweigenaar. Inzichten die het gemakkelijk maken om snel en gericht te kunnen sturen op circulariteit, CO2, losmaakbaarheid en milieu-impact. Reden voor de Nederlandse overheid om materiaalregistratie wederom mee te nemen in de Milieulijst.

Het materialenpaspoort is een van de vereisten om in aanmerking te komen voor fiscale investeringsregelingen zoals de Milieu-investeringsaftrek (MIA) voor circulaire woon- of utiliteitsbouw. Het totale budget is dit jaar verhoogd naar €144 miljoen en de vereisten voor materiaalregistratie zijn iets gewijzigd, wat tot nieuwe mogelijkheden leidt. Dat zien we meteen terug bij een project van Woonstichting Lieven de Key die samen met bouwbedrijf Van Wijnen een voormalig kantoorpand in Amsterdam heeft getransformeerd tot een nieuw circulair pareltje. Met hulp van onze partner ingenieursburo BOOT zijn de toegepaste materialen en producten geregistreerd in Madaster. Met een kwalitatief hoogwaardig materialenpaspoort als resultaat. Dit heeft er toe bijgedragen dat met de inzet van onze partner subsidiespecialist Van Draeckeburgh de MIA kon worden toegekend. Een mooi project, waarover we graag in gesprek gaan met Jaco Poppe (directeur bij BOOT), Mitchell Gmelich (directeur bij Van Drackeburgh) en Sander Kokmeijer (projectleider Renovatie & Transformatie bij Van Wijnen).

Wat maakt het zo’n vooraanstaand circulair project?

Kokmeijer geeft aan dat er veelal gebruik gemaakt is van de huidige constructie en ook hergebruik van materialen en producten is toegepast: “Bestaande betonkolommen en vloeren zijn gehandhaafd gebleven in plaats van volledige sloop of nieuwbouw. Op basis van het gehandhaafde casco is het nieuwe project opgetrokken. Diverse bestaande raamgrepen zijn gedemonteerd en op een ander project weer toegepast en uitkomend sloopafval is gesorteerd afgevoerd en door afvalverwerkers omgezet tot nieuwe grondstoffen.”

Waarom is dit gebouw opgeleverd met een materialenpaspoort?

Kokmeijer antwoordt dat het de wens was vanuit de opdrachtgever met het oog op de subsidieaanvraag. Er zijn volgens Poppe echter nog meer redenen voor een beheerder of eigenaar van een gebouw om over een materialenpaspoort te willen beschikken: “Met een materialenpaspoort ontstaat direct inzicht in de toegepaste materialen en hoeveelheden in een project en de losmaakbaarheid. Bij verwerking in Madaster worden in aanvulling hierop de scores en percentages berekend. Dit geeft weer direct zicht op de circulariteit en biedt voor volgende projecten een benchmark om aan te werken: hoe maken we de volgende keer een nog meer circulair gebouw? En uiteraard is inzichtelijk uit welke materialen het gebouw bestaat zodat bij demontage de stap naar hergebruik snel gezet is.”

Worden alle nieuwe gebouwen van Van Wijnen standaard met een materialenpaspoort opgeleverd?

Omdat er bij nieuwbouw standaard wordt gewerkt met BIM-modellen is oplevering met materiaalpaspoorten eenvoudig volgens Kokmeijer: “Deze modellen worden in de basis gevuld met de soorten en types materialen, waarbij automatisch materiaalpaspoorten gegenereerd kunnen worden.”
Bij renovatie en transformatiewerken is het bestaande pand uitwerken in een model nog niet de “standaard”, maar hier wil Van Wijnen steeds meer naar toe door middel van het 3-D in laten meten (scannen) van de te transformeren gebouwen. Daar liggen nog wel wat uitdagingen volgens Kokmeijer, want het op voorhand inmeten is niet altijd gemakkelijk: “Wat het vaak complex maakt zijn de reeds aanwezige wanden, plafonds, gevels etc. In veel gevallen worden al deze wanden en plafonds gesloopt en komt er vaak ook een compleet nieuwe gevel rondom het pand. Het op voorhand inmeten heeft dan weinig zin. Het meest ideale is om deze 3D metingen / scans uit te voeren tijdens het bouwproces. Echter, dit komt dan vaak weer in gedrang met het bestellen van de benodigde materialen (levertijden etc.). Daar waar partners en leveranciers engineeren en bestellen vanuit het definitieve model. Al met al mooie uitdagingen om dit proces ook goed te kunnen laten renderen bij renovatie en transformatie projecten.”

Wat kwam er allemaal bij kijken om de toegepaste materialen en producten te kunnen registreren in Madaster?

Omdat er geen volledig 3D model ten grondslag lag, werd BOOT betrokken bij het project. Zij zijn gespecialiseerd in materiaalinventarisaties. Poppe: “Het opstellen van een materiaalpaspoort staat of valt met de wijze waarop de informatie wordt ingewonnen en verstrekt. Van alle toegepaste materialen is vrij gedetailleerde informatie nodig zoals hoeveelheid, afmetingen, bevestigingswijze, losmaakbaarheid en toxiciteit. In het kader van een regulier bouwproces is deze informatie vaak niet zo relevant en niet direct beschikbaar. Door deze informatie correct vast te leggen krijg je als gebruiker van het paspoort een goed inzicht in de herbruikbaarheid van de materialen. Door een API-koppeling met Madaster, is het materiaalpaspoort efficiënt in te lezen vanuit onze inventarisatie app.”

Het materialenpaspoort is een van de vereisten om in aanmerking te komen voor fiscale investeringsregelingen zoals de Milieu-investeringsaftrek (MIA). Wat houdt de MIA-regeling in?

Gmelich legt uit dat de Milieu-investeringsaftrek ondernemers stimuleert om te investeren in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen en het realiseren van duurzame gebouwen: “Ieder jaar wordt de Milieulijst gepubliceerd, bestaande uit een groot aantal milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen en technieken. Bij het investeren in deze activiteiten kunnen ondernemers een deel van de kosten als additionele investeringsaftrek verrekenen met de vennootschapsbelasting. Een belangrijk onderdeel van de MIA-regeling is circulair bouwen. Bij investeringen in circulaire utiliteitsgebouwen, industriegebouwen of huurwoningen komen de bouwkosten in aanmerking voor MIA Circulair Bouwen. De investeringsaftrek bedraagt 45% van de subsidiabele kosten. De investeringsaftrek kan in mindering gebracht worden op het fiscale resultaat van de onderneming. Dit levert netto ongeveer 9% voordeel op van de bouwkosten. Let wel, het fiscale voordeel mag niet meer bedragen dan 40% van de meerkosten voor een circulair gebouw. Voor middelgrote en kleine ondernemingen mag dit respectievelijk 50% en 60% bedragen”

Wat is nodig om in aanmerking te komen voor de MIA?

Gmelich somt een aantal voorwaarden op die verbonden zijn aan de code van MIA Circulair:

  • Het gebouw levert een bijdrage aan het creëren van circulaire materiaalketels.
  • Al het aangeschafte hout dat verwerkt wordt, voldoet aan de eisen zoals gesteld door het Timber procurement Assesment Commitee.
  • Uit een MPG-berekening blijkt dat het utiliteits- of woongebouw een milieuprestatie kent van maximaal € 0,5 per m2 per jaar. Bij industriegebouwen geldt een eis van € 0,3 per m2 per jaar. Deze MPG dient te worden opgesteld conform de Bepalingsmethode Bouwwerken versie 1.0 (juli 2020).
  • Er worden 5 circulaire producten toegepast of minimaal 50% van de materialen zijn hernieuwbaar.
  • Gedurende de gehele levensduur van het gebouw dient er een actuele rapportage of dataset beschikbaar te zijn. In de regel betreft dit een materialenpaspoort.

Aan welke eisen dient een materialenpaspoort te voldoen bij een MIA aanvraag?

Gmelich antwoordt: “Het materialenpaspoort moet gedurende de gehele levensduur beschikbaar zijn en daarom is het van belang dat goed wordt nagedacht hoe dit te borgen. Daarnaast moet het paspoort voldoen aan twee voorwaarden. Alle elementen en componenten van het gebouw(deel) moeten zijn opgenomen in het paspoort waarbij informatie wordt gegeven over de demontabiliteit en de mogelijkheden voor hergebruik en recycling van individuele elementen en componenten. Ten tweede is het van belang dat het paspoort tijdens de sloop of renovatie kan bijdragen aan het zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken en recyclen van de vrijgekomen elementen en componenten.”

Wat te verwachten op het gebied van materiaalpaspoorten?

Kokmeijer antwoordt: “Met het oog op de klimaatuitdagingen, de beoogde circulaire wereld, uitstoot etcetera zal onder andere het consequent bijhouden van een materiaalpaspoort gevoelsmatig steeds meer de standaard worden in de toekomst.”

VERTALEN »